Wanneer neusademhaling niet goed lukt, schakelt het lichaam automatisch over op ademen door de mond.
Dat is een noodoplossing om lucht binnen te krijgen, geen ruststand voor het lichaam.
Mondademhaling is oppervlakkiger en minder stabiel. Daardoor wordt zuurstof vaak minder efficiënt opgenomen, vooral tijdens de slaap. Het lichaam moet harder werken, waardoor het zenuwstelsel actiever blijft.
Dat verstoort diepe slaap.
Je wordt vaker kort uit diepe slaap gehaald en mist belangrijke herstelfases, zonder dat je het bewust merkt. Vooral het brein is hier gevoelig voor, wat kan zorgen voor vermoeidheid en een zwaar gevoel bij het wakker worden.
Snurken komt hierbij regelmatig voor.
Niet als oorzaak op zichzelf, maar als signaal dat de luchtweg ’s nachts niet vrij blijft. Daarom wordt aanhoudend snurken ook gezien als een mogelijke vroege aanwijzing van ernstigere ademhalingsproblemen tijdens de slaap, zoals slaapapneu.
Niet iedereen met mondademhaling of snurken heeft slaapapneu.
Maar het laat wel zien dat nachtelijke ademhaling een serieuze rol speelt in hoe herstellend je slaap is.