Snurken lijkt onschuldig, maar het is een teken dat je ademhaling moeite heeft.
Wanneer je mond openvalt, zakt je kaak naar achteren en vernauwt je keel. De lucht die erdoorheen probeert te komen, trilt tegen het zachte weefsel.
Dat is het geluid dat jij — of je partner — hoort.
Maar achter dat geluid schuilt iets groters:
elke trilling is een mini-onderbreking van je ademhaling.
Je hersenen krijgen minder zuurstof, je hartslag stijgt en je lichaam wordt telkens even wakker om het te corrigeren.
Adem je via je neus, dan blijft de luchtweg stabiel en ontspannen. De lucht stroomt rustig, je ademhaling blijft gelijkmatig
en je hersenen krijgen weer de zuurstof die ze nodig hebben. Daarom merk je vaak al meteen verschil zodra je leert slapen met je mond dicht.